Berijden van kruispunten van gelijke orde

WAT HOE MOTIVATIE
1. Herkennen. A.d.h.v. punten die duidelijk maken dat je een kruispunt nadert maar ook of het een kruising of splitsing is.
– kruisend verkeer.
– straatnaambordjes.
Het tijdig bedacht zijn op nadering van het kruispunt is van vitaal belang. Pas dan kun je de handelingen verrichten die vereist zijn bij nadering van een kruispunt.
2. Beoordelen. A.d.h.v. zicht en/of drukte. – Hoe overzichtelijk is het kruispunt.
– Als het druk is op het kruispunt nader je sowieso met bijzondere voorzichtigheid.
– Denk hierbij ook aan de gevaarlijke kruising (J8).
3. Kijken. Binnenspiegel en buitenspiegels). Ter controle van het verkeer achter je.
4. Snelheid aanpassen. De naderingssnelheid moet steeds zodanig zijn dat je kunt voldoen aan voorrangsverplichtingen.
5. Kijken. Voor, links, voor, rechts, ook net voor het oprijden nog eens voor, links, voor en rechts kijken. – Controleer of men jou voorrang verleent.
– Controleer of er aan de overzijde van het kruispunt geen obstakels staan, waardoor je op het kruis- punt stil komt te staan (art. 14 RW). Of bv. bord C1, C2 of C12, die je verbieden rechtdoor te rijden.
– Controleer of je voorrang moet verlenen.
6. Doorgaan/voorrang verlenen. Vlot en het kruispunt in één keer vrijmaken of tussen de kruisende verkeersstromen opstellen. Zorg ervoor, dat je niet aarzelt of twijfelt. Als het vrij is aan beide zijden: vlot doorgaan.
Als de middenberm breed genoeg is, kun je natuurlijk de weg in twee etappes oversteken.
Je mag een kruispunt niet blokkeren, vandaar dat je ervoor stopt.
Ook een V.O.P. dat net voorde kruising ligt moet je ontzien.
7. Eventueel stoppen. Voor het kruispunt of eventueel opstellen tussen de kruisende verkeersstromen. Stoppen doe je natuurlijk inde eerste plaats om voorrang te verlenen aan bestuurders die de kruising van rechts naderen.
Denk bij het stoppen ook aan de draaicirkel van vrachtauto’s en bussen.
8. Nacontrole. Binnenspiegel en linkerbuitenspiegel. Controleer nu hoe de situatie achter je is voor je snelheid vermeerderd.

Terug naar boven.

Berijden van voorrangskruispunten

WAT HOE WAAROM
Algemeen. Kijktechniek en volgorde van handelen is als bij kruis- punten van gelijke orde.
1. Nadering van kruispunt aangegeven met bord B1. – Snelheid vasthouden.- Als je een kruispunt nadert met bord B1 geldt dat voor de gehele weg totdat je bord B2 tegenkomt.
2. Nadering van kruispunt aangegeven met bord B3, B4 of B5. Het bord wordt overigens wel voor ieder kruispunt herhaald.
3. Nadering van kruispunt aangegeven met bord B6 meestal i.c.m. haaientanden. Houd tevens goed in de gaten dat de voorrangsweg niet altijd rechtdoor loopt. Dit wordt op een onderbord bij bord B1 aangegeven.
Hiervoor geldt v.w.b. de wetgeving hetzelfde als bord B1. Denk hier dus ook weer aan een goede kijktechniek.
In de tweede versnelling(in principe).
Haaientanden op het wegdek zonder bord B6 erbij hebben dezelfde betekenis als bord B6. Blijf goed kijken.
4. Nadering van kruispunt met bord B7. In tweede versnelling en stoppen voor de stopstreep of zodanig, dat je een goede doorgang vrij houdt voor bestuurders op de kruisende weg.